Cholesterol
De antwoorden op de vragen die u nauw aan het hart liggen :
Waarom heeft men het over goede en slechte cholesterol ?
De cholesterol bevindt zich niet als zodanig in het bloed, maar als een onderdeel van grotere structuren, verbindingen van vetten en eiwitten (lipoproteïnen). Er bestaan verschillende soorten lipoproteïnen. Enkele daarvan zijn bijzonder klein: de LDL en de HDL. Beide kunnen bloed filteren aan de binnenzijde van de slagaderwand. Zodra de LDL zich in de slagaderwand bevinden, fixeren ze zich op het basismateriaal van de wand, ondergaan ze wijzigingen (door oxidatie) en stapelen ze zich geleidelijk op om uiteindelijk de atheroscleroseletsels te veroorzaken. HDL daarentegen heeft met name de eigenschap dat het een deel van de cholesterol die in de slagaderwand is neergeslagen, opnieuw los kan maken en meenemen naar de lever om te worden afgevoerd. Daarom noemt men de eerste (LDL) « slechte cholesterol » en de tweede (HDL) « goede cholesterol ». Het teveel aan LDL werkt de vorming van atheroscleroseletsels in de hand, terwijl overschot aan HDL weergeeft in welke mate het lichaam zich tegen atheroscleroseletsels kan beschermen.
Wat zijn de gevolgen van een teveel aan cholesterol ?
Te veel cholesterol is vooral schadelijk voor de slagaderwand, want de andere organen slagen er zonder al te veel moeilijkheden in zich tegen cholesterolafzetting te verdedigen. Er bestaan « zichtbare » ophopingen van cholesterol, zoals de ontwikkeling van een grauwe boog (corneaboog) in het oog en van gezwelletjes aan de pezen, meer bepaald de achillespezen (xanthomen). De cholesterolafzetting in die twee weefsels veroorzaakt weinig problemen van betekenis. Het teveel aan cholesterol in de slagaderwand daarentegen brengt het atheroscleroseproces op gang.
Klopt het dat men alleen al door anders te gaan eten zijn cholesterolgehalte met 15% kan doen dalen ?
Met minder cholesterol en minder verzadigde vetzuren in de voeding kan men inderdaad het cholesterolgehalte en dan vooral het LDL-C gehalte verlagen. Een evenwichtige voeding kan leiden tot een gemiddelde verlaging van het LDL-C gehalte met ongeveer 10%. Welbepaalde voedingspatronen, bijvoorbeeld bij vegetariërs, kunnen het LDL-C gehalte enorm doen dalen tot waarden van 30%. Doorgaans bevat een dergelijk voedingspatroon plantaardige sterolen, soja-eiwitten, viskeuze vezels en eventueel bepaalde zaden (amandelen). Ter vergelijking: de werkzaamste geneesmiddelen doen het LDL-C gehalte met 50 tot 60% dalen.
Vanaf wanneer geeft men geneesmiddelen om het cholesterolgehalte te doen dalen ?
De beslissing om het cholesterolgehalte met geneesmiddelen te doen dalen hangt niet in de eerste plaats af van het gehalte zelf. Er zijn immers mensen die wel een hoog cholesterolgehalte maar niet noodzakelijk hart- en vaatproblemen hebben. Van belang is niet zozeer het cholesterolgehalte verlagen maar wel het risico van een cardiovasculair accident. Dat risicio houdt niet alleen verband met het cholesterolgehalte maar ook met andere factoren (roken, hoge bloeddruk, diabetes,…). In eerste instantie zal men bijgevolg moeten weten of het cardiovasculaire risico op grond van de risicofactoren samen (dus niet alleen degene die met vetten te maken hebben) toeneemt. Als de arts vindt van wel, dan moet men werken aan alle risicofactoren die voor wijziging vatbaar zijn, d.w.z. stoppen met roken, bloeddruk verminderen,… en minder cholesterol. Om het cholesterolgehalte te verlagen dient men in eerste instantie opnieuw tot een evenwichtige voeding te komen. Pas wanneer het cholesterolgehalte dan nog te hoog blijft, kan men geneesmiddelen overwegen. Men moet daarbij voor ogen houden dat een vermindering van het LDL-C gehalte met 25 à 30 % preventief reeds interessant is, al liggen de ideale waarden waarschijnlijk veel lager dan wat momenteel nog wordt aanbevolen.
Hoe kan het dat ik een infarct heb gehad terwijl mijn cholesterolgehalte normaal was ?
Daar zijn twee mogelijke verklaringen voor. In de eerste plaats heeft atherosclerose met meer dan één factor te maken, en ook als het LDL-C gehalte niet als te hoog wordt beschouwd kan het een stuk agressiever op de slagaderwand inwerken wanneer er sprake is van andere factoren, zoals hoge bloeddruk, roken enz. Anderzijds dient men te weten dat er nog geen zekerheid bestaat over de normale of ideale cholesterolwaarde (zie vraag 4). De richtwaarden dalen nog voortdurend. Het is dus best mogelijk dat een cholesterolgehalte dat nu nog normaal wordt bevonden, straks nog veel te hoog zal blijken te zijn.
|