Zwaarlijvigheid treft een minderheid van de Belgische bevolking en vooral volwassenen.
Fout. Bijna de helft van de bevolking van ons land heeft een BMI (Body Mass Index) tussen 25 en 29.9 kg/m2 en vertoont bijgevolg overgewicht. Ongeveer 15 % is echt zwaarlijvig, met een BMI van 30 kg/m2 of meer.
Wat is een normaal lichaamsgewicht en waarmee moet men rekening houden om het te berekenen ?
Men kan het beter hebben over ‘gezond lichaamsgewicht’. Werken met de Body Mass Index is meer aangewezen dan met louter lichaamsgewicht; men deelt het gewicht (in kg) door het kwadraat van de lichaamslengte (in m): kg/m x m. Maar men kan best ook rekening houden met de tailleomtrek: zelfs zonder overgewicht is de aanwezigheid van buikvet schadelijk omdat het de risico’s verhoogt die men gewoonlijk associeert met overgewicht. De tailleomtrek mag niet meer bedragen dan 80 cm bij een vrouw en 94 cm bij een man. Vanaf 88 cm bij de vrouw en 102 cm bij de man is het cardiovasculair risico nog hoger.
Men moet veel gewicht verliezen om het risico voor hart- en bloedvaten te verkleinen.
Absoluut niet! Men kan zich trouwens beter richten op realistische streefcijfers, afhankelijk van diverse factoren: BMI, leeftijd, hoe lang men al te zwaar is. Elke kilo die men kwijt raakt, is positief!
Wist u dat 10 kg afvallen het teveel aan suiker (glucose) of vetten (cholesterol) in het bloed kan verminderen ?
Uit onderzoek blijkt dat een « bescheiden » aanvankelijk gewichtsverlies van 10 % reeds voor een aanzienlijke verbetering zorgt van de risicofactoren die vaak in verband staan met overgewicht (dyslipidemie, diabetes, hoge bloeddruk…).
Kan de tailleomtrek een vrij betrouwbaar idee geven van het hart- en vaatrisico ?
Inderdaad. Uit onderzoek blijkt duidelijk dat zelfs bij een normale BMI het meten van de tailleomtrek personen kan opsporen met een hoger risico ten gevolge van een teveel aan buikvet. Zodra de tailleomtrek meer bedraagt dan 80 cm (bij vrouwen) of 94 cm (bij mannen) is er meer risico.